• img
  • img
  • img
Volg ons op
Sporen van een roemrijk verleden

In naam zijn we nog maar jong: ‘geboren’ in 2001 uit de drie voormalige gemeenten Steenwijk, Brederwiede en IJsselham. Toch is Steenwijkerland al veel langer beroemd om z’n unieke pleisterplaatsen op de toeristische landkaart. Sommige daarvan - zoals Giethoorn – gooien zelfs internationaal hoge ogen. Het ‘groene Venetië’ van het noorden is in alle windstreken bekend.

 Vroeger had niemand er iets te zoeken. De moeilijk begaanbare laagveenmoerassen ((in de Kop van Overijssel Kop van Overijssel willen we liever niet te veel meer gebruiken)) waren ruig en desolaat. Water en land voerden eeuwenlang strijd tussen zompige gronden en hoge, door ijstijden gevormde keileemruggen: het Hoge Land van Vollenhove bijvoorbeeld, de Woldberg en het heuvellandschap van Steenwijkerwold en Paasloo.

Al vóór het jaar duizend waagden de eerste jagers, boeren en vissers hier hun bestaan. Pioniers die de toon zetten. Later volgden turfmakers, boterkopers, rietsnijders en handelslui. Noeste werkers van hun tijd. Ze lieten ruimschoots hun sporen na in een gebied dat door mensenhanden is gevormd: De Wieden en De Weerribben zijn het resultaat van grootscheepse vervening. Ook de natuurlijke contouren van hoog en laag land bleven intact.

Stoere stadjes

Het stoere vestingstadje Steenwijk dankt z’n naam aan een erfenis uit zo’n ijstijd: zwerfstenen. Een strategisch bolwerk dat het flink voor de kiezen kreeg: vooral in de Tachtigjarige Oorlog werd de stad vaak belegerd. Gelukkig hielden grachten en wallen ook veel vijandelijk gespuis buiten de stadspoorten.

Andere stadjes maakten vooral furore op volle zee. De Zuiderzee. Handelsstad Blokzijl, met haar deftige koopmanshuizen langs de kade en ’t voormalige vissersstadje Vollenhove, met z’n adellijke allure. Van oudsher eigendom van het bisdom Utrecht, een geestelijk en bestuurlijk centrum.

 Water loopt als een rode draad door die roemrijke historie van Steenwijkerland. Massaal bevaren water dat de bevolking voorspoed en een flinke vissersvloot bracht. Maar ook water dat door zwakke dijkjes brak en levens nam. Vooral de grote stormvloed van 1825 had tragische gevolgen en heeft grote delen van dit gebied letterlijk ‘hervormd’: al te ijverig verveende gronden gingen toen verloren, het dorpje Beulake spoelde zelfs volledig weg. Er vormden zich weidse meren (nu De Wieden) die sinds halverwege de 20e eeuw het decor zijn van vrolijke vakantiegangers met hun plezierjachten, zeil- en fluisterboten.