In naam zijn we nog maar jong: ‘geboren’ in 2001 uit de drie voormalige gemeenten Steenwijk, Brederwiede en IJsselham. Toch is Steenwijkerland al veel langer beroemd om z’n unieke pleisterplaatsen op de toeristische landkaart. Sommige daarvan - zoals Giethoorn – gooien zelfs internationaal hoge ogen. Het ‘groene Venetië’ van het noorden is in alle windstreken bekend.
Vroeger had niemand er iets te zoeken. De moeilijk begaanbare laagveenmoerassen ((in de Kop van Overijssel Kop van Overijssel willen we liever niet te veel meer gebruiken)) waren ruig en desolaat. Water en land voerden eeuwenlang strijd tussen zompige gronden en hoge, door ijstijden gevormde keileemruggen: het Hoge Land van Vollenhove bijvoorbeeld, de Woldberg en het heuvellandschap van Steenwijkerwold en Paasloo.
Al vóór het jaar duizend waagden de eerste jagers, boeren en vissers hier hun bestaan. Pioniers die de toon zetten. Later volgden turfmakers, boterkopers, rietsnijders en handelslui. Noeste werkers van hun tijd. Ze lieten ruimschoots hun sporen na in een gebied dat door mensenhanden is gevormd: De Wieden en De Weerribben zijn het resultaat van grootscheepse vervening. Ook de natuurlijke contouren van hoog en laag land bleven intact.


